Vloeiende nanoribbels voor het eerst in beeld

21 maart 2006 door M&C TNW

Onderzoekers van de TU Delft hebben meer licht geworpen op de vorming van zeer kleine structuren, zoals nanoribbels, op oppervlakken. Deze zijn belangrijk omdat ze wellicht zijn te gebruiken als mal voor de groei van andere nanostructuren. Deze week publiceert het wetenschappelijke tijdschrift Physical Review Letters een artikel over het Delftse onderzoek.

Het beschieten van een glasoppervlak met ionen kan opmerkelijke

geometrische structuren veroorzaken. Voorbeelden daarvan zijn patronen

van ribbels of driehoekjes. Geometrische structuren, zoals deze

nanoribbels, die ontstaan door beschieting van een oppervlak met een

ionenbundel, worden door wetenschappers bestudeerd vanwege de

mogelijkheid deze structuren te gebruiken als mal voor de groei van

andere specifieke nanostructuren. Dit vereist uiteraard wel eerst een

goed begrip van het ontstaan en de evolutie van zulke geometrische

structuren.


Het ontstaan van de ribbelpatronen is vijftien jaar geleden

wetenschappelijk verklaard. Het blijkt dat het beschoten oppervlak snel

slijt. De erosie is op bepaalde plekken (in de dalen van de ribbels)

sterker dan elders, waardoor deze steeds dieper worden.


Maar de groei van de nanoribbels gaat niet onbeperkt door. Door de

beschieting wordt het toplaagje van het materiaal vloeibaar zodat er

materiaal stroomt van de toppen naar de dalen.


Tot nu toe heeft niemand deze stroming ooit waargenomen, alleen het

uiteindelijke resultaat ervan: de deels weer opgevulde ribbelpatronen.

Dr. Paul Alkemade, onderzoeker bij het Kavli Institute of Nanoscience

van de TU Delft, heeft deze stroming nu voor het eerst werkelijk kunnen

zien. Dit gebeurde met een elektronenmicroscoop waarin een ionenbundel

is geplaatst.


Alkemade kon door deze waarneming tevens de theorie rond de vorming van

nanoribbels aanpassen. De gangbare gedachte was dat het ribbelpatroon

zich tegen de schuin invallende ionenbundel in zou bewegen. De

werkelijkheid bleek echter anders: de golven stromen mee in de richting

van de invallende ionen.


Dit is op het eerste gezicht een logische waarneming; het geheel lijkt

immers enigszins op watergolven die door de wind worden voortgestuwd.

Toch gaat deze vergelijking niet op want de kracht van de

binnendringende ionen is zeer klein ten opzichte van de

oppervlaktespanning van het glas.

Alkemade: ''Mijn verklaring is dat de hellingen die gekeerd zijn naar de

inkomende ionenbundel, meer energie absorberen dan de tegenoverliggende

hellingen. Dit veroorzaakt in het eerste type hellingen een hogere druk,

waardoor er materiaal wegstroomt over de top of door het dal naar de

tegenoverliggende helling. Het gevolg is dat het ribbelpatroon zich

verplaatst met de richting van de invallende bundel mee.''


Nadere informatie:

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Dr.

Paul Alkemade: tel. 015-2785979, e-mail:

p.f.a.alkemade@remove-this.tudelft.nl
Een filmpje van de nanoribbels kunt u bekijken op:

www.tudelft.nl

© 2013 TU Delft

Metamenu