Energie: bio-ethanol uit landbouwafval
Door het inbouwen van één bacterie-gen in gist, hebben onderzoekers van de afdeling Biotechnologie drie belangrijke verbeteringen in de productie van bio-ethanol uit landbouwafval gerealiseerd: meer ethanol, minder azijnzuur en de eliminatie van het bijproduct glycerol.
Autobrandstof
Bio-ethanol wordt door de gist Saccharomyces cerevisiae gemaakt van suikers uit plantenmateriaal. De productie van bio-ethanol neemt snel toe vanwege het gebruik van bio-ethanol als autobrandstof.
Bio-ethanol wordt uiteraard bij voorkeur gemaakt uit grondstoffen die niet concurreren met voedselproductie. Wereldwijd wordt daarom veel onderzoek gedaan naar zogenaamde ‘tweede-generatie’ bio-ethanol. Deze wordt geproduceerd uit reststromen van de landbouw.
Gistgenen
Bij de omzetting van suikers naar bio-ethanol komen echter bijproducten, waaronder azijnzuur, vrij die het proces zelf afremmen. Onderzoekers van de groep Industrial Microbiology (afdeling Biotechnologie) hebben dit nu echter omzeild. Door één gen vanuit de bacterie E. coli over te plaatsen in de gist, verkregen de onderzoekers een gist die het schadelijke azijnzuur ook omzet in ethanol.
Meer informatie
- Lees het nieuwsartikel over bio-ethanol uit landbouwafval
- Lees meer over onderzoek naar bio-energie aan de TU Delft



